Alles over AOW en (pre)pensioen
AOW, pensioen en prepensioen; het inkomen voor de ‘oude dag’ is voor veel mensen een ingewikkeld onderwerp. Bovendien, over het (pre)pensioen is veel te doen is geweest. Zoveel dat het overzicht wellicht zoek is. De CNV BedrijvenBond probeert onder het thema AOW en vroegpensioen orde in die chaos te brengen.
90 Procent van de CNV BedrijvenBond leden is tegen verhoging van de AOW-leeftijd en wil graag nadenken over een goed alternatief. Dat is één van de resultaten van een enquête die de CNV BedrijvenBond hield onder haar leden. In april 2009 belegde de CNV BedrijvenBond regionale bijeenkomsten om met de leden te praten over een eventuele fusie met CNV Hout en Bouw en over het Sociaal Akkoord. De CNV BedrijvenBond leden kwamen met een aantal alternatieven voor verhogen van de AOW leeftijd. Zoals het koppelen aan de lengte van het dienstverband (bijvoorbeeld maximaal 40 jaar werken). Daarnaast vinden sommige leden dat de AOW voor mensen met een hoog inkomen in de toekomst kan komen te vervallen. Om de kosten van de vergrijzing te kunnen blijven financieren, zijn leden positief over afschaffing van de hypotheekrente voor huizen boven de miljoen en verhoging van de belasting voor salarissen boven de Balkenende-norm (180.000 euro).
- AOW-standpunt CNV BedrijvenBond >>
- pensioensituatie 2008/2009 uitgelegd >>
- voor pensioenregelingen relevante bedragen per 1 januari 2009
Pensioen is eigenlijk ‘uitgesteld loon’. Het is bedoeld voor de periode dat iemand niet meer werkt. Je bent bijvoorbeeld ouder dan 65 of arbeidsongeschikt. Of het is inkomen voor je nabestaanden na je overlijden. Voor elke van deze situaties is er een pensioen:
- ouderdomspensioen: dit ontvang je als je de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt. Bijna altijd gaat dat gepaard met een beëindiging van het dienstverband of een vermindering van de wekelijkse arbeidsduur.
- arbeidsongeschiktheidspensioen: dit is een pensioen dat voorziet in een uitkering bij arbeidsongeschiktheid. De hoogte van het arbeidsongeschiktheidspensioen is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.
- nabestaandenpensioen: dit pensioen is bedoeld voor de achtergebleven partner of kinderen. Het partnerpensioen mag ten hoogste 70 procent bedragen van het te bereiken ouderdomspensioen. Voorziet de pensioenregeling niet in een partnerpensioen, dan kun je bij ontslag of op pensioendatum een deel van je ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen. Na uitruil mag het partnerpensioen niet meer bedragen dan 70 procent van het ouderdomspensioen.
Van wie krijg je pensioen? Er zijn 3 bronnen: de overheid, je werk en jezelf. Ons pensioenstelsel is te vergelijken met een gebouw van drie lagen. De begane grond, de basis van het stelsel, is het pensioen van de overheid (AOW, Anw, WIA). We noemen dit wel de eerste pijler van het pensioenstelsel.
De tweede pijler is de tweede laag van het pensioengebouw. Het is het pensioen dat je opbouwt bij je werkgever(s). Dit werknemerspensioen wordt ook wel ‘aanvullend pensioen’ genoemd. Het is een aanvulling op wat je van de overheid krijgt. Je krijgt het alleen als je hebt gewerkt en je werkgever ook een pensioenregeling had waaraan je mee hebt gedaan.
De derde en bovenste laag van het pensioengebouw, daar zorg jezelf voor. Denk aan lijfrenteverzekeringen, maar ook aan spaargeld, aandelen en andere vormen van vermogen, zoals een eigen huis of bedrijf.
Vraag het aan CNV Info
Vind je niet wat je zoekt en ben je lid van de bond, neem dan contact op met CNV Info.







